Soms hoor ik een opmerking die blijft hangen. Die even tijd nodig heeft om rond te zingen hoe ik daarover denk. Omdat hij iets blootlegt over hoe wij met LaNSCO naar werk, participatie en bestaanszekerheid kijken.

Onlangs zei een klantmanager: “Voor mijn gevoel is het oneerlijk dat deelnemers binnen een sociale coöperatie langer de tijd krijgen om hun bedrijf op te bouwen dan andere mensen in de bijstand.”

Heel begrijpelijk. Ook een issue dat raakt aan een veel groter maatschappelijk dilemma: behandelen we mensen écht gelijk als we iedereen exact dezelfde regels geven? Of creëren we pas gelijke kansen wanneer we rekening houden met iemands vertrekpunt?

Niet iedereen start vanaf dezelfde plek

De mensen die deelnemen aan een sociale coöperatie zijn meestal niet de ondernemers die vanuit een stabiele situatie een bedrijf starten. Deelnemers hebben bijvoorbeeld jarenlang geleefd in (financiële) onzekerheid, psychische druk, verlieservaringen, schulden, gezondheidsproblemen of een gebrek aan netwerk. Vaker dan ik zou willen, hebben mensen tientallen afwijzingen gehad voordat zij überhaupt weer durfden te dromen van werk of ondernemerschap. Dat maakt de stap naar werk – en zoals we dat mooi noemen ‘de arbeidsmarkt’ – groot.

Van iemand die jarenlang heeft overleefd in plaats van geleefd, kun je niet verwachten dat die binnen enkele maanden een financieel gezond bedrijf neerzet. Ondernemerschap vraagt namelijk meer dan alleen een goed idee. Het vraagt om zelfvertrouwen, structuur, vaardigheden, netwerk, lef, stabiliteit en het vermogen om met tegenslagen om te gaan.

Een sociale coöperatie is geen makkelijke route

De opmerking van de klantmanager raakte me ook omdat er een aanname in verborgen zit dat het ‘lekker makkelijk’ is. Want je hebt meer tijd. Dat raakt me, omdat ik elke dag zie dat ondernemer worden binnen een sociale coöperatie helemaal geen “gratis verlenging” van een uitkering is. Het is keihard werken, voor iedereen.

Het is een intensief ontwikkeltraject. Deelnemers werken aan persoonlijke groei, volgen trainingen, bouwen aan werknemers- en ondernemersvaardigheden, leren omgaan met financiën, presenteren zichzelf, ontwikkelen discipline en worden voortdurend aangesproken op eigenaarschap, regie pakken en verantwoordelijkheid. Ze bouwen stap voor stap aan een toekomst die op lange termijn echt iets voor diegene oplevert. En dat kost tijd.

Niet omdat iemand niet wil. Maar juist omdat iemand nu wél wil slagen.

De druk van snelle uitstroom werkt vaak averechts

In de praktijk zien we regelmatig dat mensen te snel richting uitstroom worden ‘geduwd’ door organisaties die vinden dat het nu wel een keertje klaar is met ‘profiteren’. Het klinkt hard. En het voelt ook hard. Dan moet er snel omzet komen. Snel resultaat. Snel onafhankelijkheid.

Maar ondernemerschap laat zich niet afdwingen door stress en bestaansonzekerheid. Sterker nog: die druk zorgt er vaak voor dat mensen afhaken, terugvallen of opnieuw vastlopen. Terwijl; wanneer mensen de ruimte krijgen om geleidelijk te groeien, ontstaan juist langdurige resultaten. Mensen ontwikkelen zelfvertrouwen, bouwen een netwerk op, genereren inkomen en nemen de regie over hun leven. Dat levert uiteindelijk niet alleen figuurlijke winst op voor de deelnemer, maar ook voor de maatschappij.

Echte gelijkwaardigheid vraagt maatwerk

Misschien is de gedachte: “Waarom krijgt de één meer tijd dan de ander?” helemaal niet helpend of relevant. En gaat het om: “Wat heeft iemand nodig om uiteindelijk langdurig een eigen inkomen te verdienen?”

Want mensen gelijk behandelen betekent niet dat iedereen exact hetzelfde nodig heeft. Sommige mensen hebben een sprint nodig. Anderen een veilige opbouw. Een sociale coöperatie biedt die opbouw. Niet vanuit medelijden, maar vanuit vertrouwen in ontwikkeling. En misschien is dat uiteindelijk wel de meest eerlijke investering die we als samenleving en als MENS kunnen doen.

Jacqueline Boots